Ik schrijf dus ik besta
Home » Alledag » Perry

Perry

Gepubliceerd op 8 januari 2014 11:21

Hondenbezitters leven in een parallel universum waar zich van alles en nog wat afspeelt zonder dat niet-hondenbezitters daar ook maar het flauwste benul van hebben. De afgelopen week hadden wij een hond te logeren en zo belandde ik voor dat ik er goed en wel erg in had in het parallelle universum van de hondenbezitters.

De hond die we te logeren hadden was een lieve, zeer bescheiden Spaanse hond, met een vleugje hazenwind in zijn bloed. Daardoor heeft hij een brede borstkast, wat hem het uiterlijk van een goedige bodybuilder geeft. Zijn melancholieke oogopslag en zijn lange snuit, doen iedere hondenliefhebber smelten. Maar ook veel mensen die onverschillig staan ten opzichte van het hondenras konden, viel mij de afgelopen week op, bij het zien van deze blonde hond een kleine glimlach niet onderdrukken. Als extraatje heeft de hond ook nog een naam, die ontleend is aan de Amerikaanse animatieserie Phineas and Ferb en die in die serie toebehoort aan een vogelbekdier, genaamd Perry. Op televisie is Perry regelmatig kwijt, wat de hoofdpersonen vaak doet verzuchten: “Hé, waar is Perry?” En als hij weer opduikt klinkt het verbaasde: “Oh, daar ben  je!”

Dagelijkse seance                                                                                                                                                                                   Samen met Perry belandde ik dagelijks als bij toverslag in die andere wereld van de hondenbezitters. We hoefden niet in een klerenkast te verdwijnen of andere C.S. Lewis-achtige verdwijntrucs toe te passen. Het enige wat we nodig hadden was de hondenlijn en de voordeur om door naar buiten te stappen. In zeven dagen tijd kwam ik meer te weten over onze buurt dan ik wist dat er te weten viel. Zo ontdekte ik dat er dagelijks in het Wilhelminapark een seance van hondenbezitters is. Ze staan op een kluitje aan de rand van de zogenaamde hondenspeelweide. Hun honden zijn allemaal afgelijnd, wat niet betekent dat ze een streng dieet hebben gevolgd, maar dat ze los rond mogen rennen. Ondertussen staan de baasjes met elkaar te kletsen. Ik kon niet verstaan waar het over ging, want ik stond aan de andere kant van de hondenspeelweide, maar waarschijnlijk hadden ze het over allerlei belangrijke zaken die zich afspeelden in de andere wereld van de niet-hondenbezitters.

Kastensysteem                                                                                                                                                                                                 Nieuwsgierig keek ik naar het gedreutel van de honden. Op dat moment had ik nog geen weet van het kastensysteem, waarin viervoeters elkaar onderling een rangorde toebedelen; niet alle honden zijn even belangrijk en mogen evenveel. Een grote harige wolfsherder zou dat Perry al snel onder zijn hondenneus komen wrijven. Perry was immers een vreemde hond in de bijt, die niet zomaar de pikorde omver mocht werpen. Maar dat ontdekte Perry pas toen het al te laat was. Dolgelukkig bij het zien van zoveel potentiële hondenvriendjes sprintte hij op de kluwen honden af om gelijk te gaan spelen. Hij sprong en maakte schijnbewegingen waar een profbokser jaloers op zou zijn. Hij wierp zelfs de tennisbal, die hij tot dan toe vasthoudend in zijn bek had geklemd en die hij normaal gesproken alleen maar loslaat als het echt niet anders kan, in de strijd. Alles aan hem straalde uit: “Kom op, spelen! Doe mee. Lachen, joh.” Zijn enthousiasme leek aanvankelijk aanstekelijk te werken. Een paar honden begonnen, eerst nog wat aarzelend maar gaande weg vol overgave, mee te dollen. Abrupt werd daar een einde aan gemaakt door de wolfsherder die zich in het spel mengde. Hij gromde en blafte en voor Perry met zijn ogen kon knipperen lag hij op zijn rug. Zacht jankend droop hij af en ik lijnde hem maar weer aan. “Trek je niets aan van die macho,” troostte ik Perry, terwijl ik hem zachtjes aaide. “Hij is gewoon jaloers op jou omdat jij een leukere hond bent. Veel knapper ook.” Perry onthield zich wijselijk van commentaar. Hij keek alleen melancholisch voor zich uit.

“Dat heurt niet."                                                                                                                                                                                                     Eenmaal uit het zicht van de wolfsherder liet ik hem weer los. Vrolijk rende hij er met zijn tennisbal vandoor, die ik nog net tussen het woud aan hondenpoten had weg weten te grissen. Terwijl hij de bocht omscheurde, kwam hij bijna in botsing met een aangelijnde tekkel, die in een soort van tuigje liep en een hondenjasje aan had met dezelfde schotse ruit als de rok van zijn bazinnetje. Perry ging vol in de remmen om het aangeklede worstje op pootjes eens goed te bestuderen. Er werd onderling druk gesnuffeld. Geen in- of uitgang werd overgeslagen. Terwijl ik belangstellend naar dit tafereeltje stond te kijken, bekroop mij de vraag hoe het eruit zou zien als wildvreemde mensen elkaar op straat ter kennismaking zo zouden besnuffelen. Het beeld dat die vraag bij mij opriep zag er zo hilarisch uit dat ik hardop moest lachen. Het bazinnetje van de tekkel, een keurige dame met  een jas waarvan de kraag verdacht veel op echt bont leek, keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan. Ze zei het niet hardop, maar ik hoorde haar gewoon denken: “Dat heurt niet. Zonder aanleiding hardop lachen op straat.” Ze trok vinnig aan de lijn van de tekkel. “Nu is het wel weer mooi geweest.”

“Hé, waar is Perry?”                                                                                                                                                                                          Perry had er ook genoeg van. Hij rende naar de vijver waar drie ganzen uitdagend naar hem gakten. Ik wilde al weer onbekommerd achter Perry aanlopen toen de dame nog even iets kwijt moest. Ze boog zich over haar tekkel en klopte hem bemoedigend op zijn rug. “Wij lopen in dit gedeelte altijd aangelijnd, hè?”  Ze legde flink veel nadruk op het woordje wij. Ze sprak weliswaar tegen haar eigen hond, maar het had er alle schijn van dat de boodschap eigenlijk voor Perry en mij bedoeld was, die loslopende hond met zijn losbol van een tijdelijk bazinnetje. Ik had natuurlijk van alles en nog wat terug kunnen zeggen. Dat ik me niet aan de indruk kon ontrekken dat mevrouw zelf nog niet helemaal was aangelijnd, of helemaal niet zelfs. Of dat Perry en ik elkaar graag vrij laten, omdat we nogal losjes in de omgang zijn. Maar dat zijn dan van die assertieve zinnen waar ik op het moment zelf nooit opkom. “Prettige dag nog verder,” was het enige wat ik uit kon brengen. Perry had ondertussen in een onbewaakt ogenblik zijn bal losgelaten en snuffelde onzichtbaar voor mij een eindje verderop in het struikgewas. Met de ogen van de tekkeldame in mijn rug sloop ik op de smoezelige, ondergekwijlde tennisbal af. Deze kans kon ik niet voorbij laten gaan; het vasthouden van Perry's tennisbal, al was het maar voor even, was telkens weer het hoogtepunt van de uitlaatronde. Ik griste de bal van het gras en hield hem triomfantelijk in de lucht. “Hé, waar is Perry?” riep ik dwars over het keurig uitgelijnde gazon. Ik liet de verbazing flink van de vraag afdruipen omdat ik weet dat Perry daarvan houdt.  Uitbundig stoof Perry op mij af. Met zijn modderpoten sprong hij tegen mij op. Achter mij passeerde de dame met tekkel. Vergiste ik mij of hoorde ik haar afkeurend snuiven over deze losse omgangsvormen tussen hond en mens. “Oh, daar ben je,” verzuchtte ik terwijl Perry mij een lik over mijn neus gaf.

 

Geplaatst door Margriet Hogeweg


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Hester
4 jaar geleden

Wat een heerlijk verhaal om te lezen! Grote glimlach hier. Wat een verschrikkelijk leuke hond ook. Als je na de zomer zo'n heerlijke pup hebt ronddartelen, kom je serverruimte te kort voor je verhalen :D.