Ik schrijf dus ik besta
Home » Alledag » Hij is niet alleen voor mij gevallen

Hij is niet alleen voor mij gevallen

Gepubliceerd op 26 juni 2015 10:07

Ik zie dat ze aarzelt. Ze doet een stap in mijn richting, haar mond gaat een beetje open en dan toch weer dicht. Haar hond is minder schuchter. Hij scharrelt rond mijn benen, plant zijn voorpoten tegen mijn heup en snuffelt aan mijn jaszak. Daar zitten nog wat restanten van hondensnoepjes in.
"Hallo," zeg ik tegen de hond, maar ook tegen de vrouw.
"Dag."
Stilte. En dan alsnog de vraag.
"Ik wilde je wat vragen. Weet jij misschien een goede uitlaatservice hier in de buurt?"
Daar overvalt ze me mee. Ik laat Willem meestal zelf uit en als ik het niet doe, doet een van de andere gezinsleden dat of een behulpzame vriendin.

"Het zit zo," zegt ze. "Ik woon hier eigenlijk niet. Ik woon in Zwolle. Ik ben hier alleen maar in het weekend." Ik knik. "Je hebt toch geen haast. Want ik sta hier zomaar je tijd te verdoen." "Nee, hoor, helemaal niet. Ik heb alle tijd." Ze ziet het als een aanmoediging om meer te vertellen. "Mijn vriend woont hier. We kennen elkaar van het internet. En hij heeft helemaal niets met honden. Toen hij ging daten via het internet had hij zich nog zo voorgenomen om vrouwen met honden links te laten liggen. Maar toen struikelde hij over mij." Ik kan me goed voorstellen dat dat is gebeurd. Voor mij staat een vrouw die zo bescheiden wil zijn, dat ze je ongemerkt voor de voeten kan lopen. Voor je het in de gaten hebt val je voor haar of over haar. "Die hond was natuurlijk een enorm nadeel, wat hem betreft," vervolgt ze, "maar de liefde was sterker. En nu daten we al weer een tijdje. Maar als ik dan naar Utrecht kom en we willen samen een dagje op stap, dan kan Beau niet mee." Ze knikt naar haar hond. Het is een niet al te groot uitgevallen exemplaar. Laag bij de grond, korte pootjes, een beetje mollig, hangoren en een ietwat droevige blik. Kortom een hond om voor te vallen of om over te struikelen. "En voor die gelegenheden zoeken we eigenlijk een uitlaatservice." Ik zeg dat dat in het weekend niet mee zal vallen. Een uitlaatservice is doorgaans voor door de week. Is er niet iemand in de straat waar haar vriend woont die haar hond af en toe in het weekend uit wil laten? "Dat heb ik ook al met mijn vriend besproken," zegt ze, "maar hij wil geen vreemden in huis. Je moet je sleutel afgeven aan iemand, die je niet kent. En dat idee staat hem helemaal niet aan. Hij weet niet wat hem overkomt. Eerst een hond, terwijl hij helemaal niet van honden houdt. En dan ook nog vreemden in huis. En met een uitlaatservice heeft hij het idee dat het tenminste nog iets officieels is. Dat er niet zomaar iemand in huis komt." Ik knik begripvol. "En ik ken hier verder ook niemand," laat ze er nog op volgen. Ze staat er wat verloren bij. "Weet je wat," zeg ik, "als je nou een keer erg omhoog zit en je hebt nog geen oplossing voor het uitlaatprobleem, dan bel je mij gewoon. En dan laat ik Beau uit." Ze kijkt me vol ongeloof aan. "Wil je dat doen? Maar je kent me helemaal niet." "Nu toch wel," zeg ik. We wisselen telefoonnummers uit. "Wat vind ik dat aardig van je," zegt ze. Ze steekt haar hand uit om zich voor te stellen. Dat kan bij baasjes van honden vaak maanden duren voor ze zich aan elkaar voorstellen. Ze kennen de namen van elkaars honden meestal feilloos, maar hebben geen flauw idee hoe degene aan de andere kant van de lijn heet. "Ik ben dus Marieke uit Zwolle," zegt ze. 

Er gaan weken voorbij. Ik kom Marieke en Beau niet meer tegen. Marieke belt mij ook niet. Tot er op een dag als ik Willem uitlaat een mollig hondje met flaporen zijn pootjes tegen mijn heup plant en aan mijn jaszak snuffelt. "Hee Beau," zeg ik, "Ben je lekker aan de wandel?" Beau zegt niets terug. Daar komt zijn baasje om de hoek achter de struiken vandaan wandelen. Marieke uit Zwolle. Ze steekt breed lachend haar hand naar mij op. Ik vraag haar of ze al een uitlaatservice heeft gevonden. Ze vertelt dat ze waarschijnlijk een andere oplossing heeft. Inderdaad een vrouw uit de buurt, die ook het vertrouwen van haar vriend geniet. Maar er is iets waar ze nog blijer om is. "Er is een klein wonder gebeurd," zegt ze. "Toen ik vrijdag bij mijn vriend aankwam, had hij - heel lief - al een kleedje klaar gelegd voor Beau. En toen we 's avonds samen op de bank televisie keken en koffie zaten te drinken, lag Beau heel lief aan zijn voeten. We aten een koekje en ik zag hoe hij ongemerkt een stukje van zijn koekje afbrak en het aan Beau gaf. Ik keek hem aan en zei: 'Zie je wat je doet?' Hij zei niets, haalde een beetje onbeholpen zijn schouders op. En ik dacht: Hij houdt stiekem toch van Beau.Hij is niet alleen voor mij gevallen, maar ook voor mijn hond."


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.