Ik schrijf dus ik besta
Home » Alledag » Sta me bij

Sta me bij

Gepubliceerd op 13 januari 2015 12:12

Als je een hond krijgt, krijg je gelijk alle honden uit de buurt en hun baasjes erbij. Je hebt geen idee, zolang je geen hond hebt, welke problemen, anekdotes en karikaturen er op nog geen steenworp afstand van je huis los rondlopen. Gelijk de eerste week vielen Willem en ik al met onze neuzen in de spreekwoordelijke boter.

In blinde paniek kwam ze op ons afrennen over het laantje naast de begraafplaats. Hijgend van de inspanning. 
“Dat is niet mijn stabijtje. Dat is niet mijn stabijtje.”
Nee, dat was niet haar stabijtje. Dat was Willem. En die was helemaal van zichzelf. En wij mochten van hem meegenieten. Zonder adempauze te nemen, ratelde de vrouw verder.
“Hij is weggelopen. Mijn stabij. Dat doet hij anders nooit.”
“Wat vervelend,” zei ik. Willem legde zich erbij neer, terwijl hij vreedzaam op een tak knaagde.
"En iemand zei dat hij een stabijtje had gezien bij de begraafplaats, maar dat is dus niet die van mij."
"Nee."
“En uitgerekend vandaag. Ik moet over drie minuten in de auto zitten. Ik heb een sollicitatiegesprek. Het is of hij het erom doet, of hij voelt dat het nu niet uitkomt."
Dat zou best wel eens kunnen, dacht ik. Maar dat zei ik natuurlijk niet hardop. Dat was het laatste waar ze op zat te wachten. Op een bevestiging van haar bangste vermoedens.
Ze vertelde hoe ze als een kip zonder kop door park Bloeyendaal had lopen roepen om haar stabij. Dat hij niet kwam en dat ze toen ten einde raad haar riem en huissleutel maar aan de eerste de beste hondenbezitter die ze tegenkwam had gegeven. In de hoop dat zij haar hond tegenkwam, hem in de riem kon slaan en thuis af kon leveren.
"Ik ken die vrouw nauwelijks. Ze woont bij mij in de straat, dat is het enige wat ik weet. Ik weet niet eens hoe ze heet en ik heb haar zomaar de sleutel van mijn huis gegeven. Ik lijk wel gek."
Ik dacht aan de kat in het nauw die rare sprongen maakt en aan hoge nood die alle wetten aan gruzelementen slaat, maar ook die gedachten deelde ik maar niet met het baasje van de weggelopen stabij. 
"Het komt vast wel goed," probeerde ik haar gerust te stellen.
"Nee, het komt niet goed. Want hoe kan ik nou in zo'n situatie een goed sollicitatiegesprek voeren?"
Ik wist het ook niet. De tranen sprongen haar in de ogen. Ze draaide zich om en met wapperende jaspanden rende ze struikelend weg. Richting haar auto die haar naar het sollicitatiegesprek moest brengen. 
"Succes," riep ik haar na, in een slappe poging er nog iets van te maken en ik bad ondertussen stilletjes dat haar autosleutel niet vastzat aan haar huissleutel. Want er zijn grenzen aan de tegenslagen die een mens op één dag kan verdragen. 
"Kom, Willem," zei ik. "We gaan."
Kwispelend stond hij op en onaangedaan liep hij achter mij aan. Zijn neus speurend tussen de bruine blaadjes op de grond.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.