Ik wou dat ik was

Ik wou maar dat ik een bij was,
zegt hij,
vier en half lentes telt hij nu,
schoon aan de haak.
Bijen wonen in de honing,
weet hij.
En dat wil hij ook wel,
dol als hij is op zoeter dan zoet.
Jij moet mij een bij maken.
Maar dat kan ik helemaal niet.

Dan wou ik maar dat ik een lantaarnpaal was,                    
zegt hij. 
Hij zit met een gezicht dat stormt
op de bril.
Lantaarnpalen hoeven van jou
tenminste niet de hele tijd naar de wc
om te poepen.
Jij moet mij een lantaarnpaal maken.

Maar ze staan daar maar te staan,
zeg ik, 
en alleen als het donker wordt
mogen ze schijnen.

Dan wou ik maar dat ik een hond was.
Die mogen gewoon zo op straat poepen.
Waarom mag ik dat niet?

Ik wil dat ook.
Jij moet mij een hond maken.

Ik doe van hocus pocus
En van pilatus pas:
wordt hond
De kromme lijn van zijn mond
misprijst mij
omdat ik nooit een goochelaar was

Dat kan jij helemaal niet,
zegt hij gelaten.

Ik doe mijn best niet te lachen.
Want dat heeft hij verboden.
Hij kijkt me aan met ogen,
waarin ik de volgende
onmogelijke wens
al zie groeien.

Dan wou ik maar dat ik een ijsje had
zegt hij
met zijn liefste glimlach.
Jij moet mij een ijsje maken.

Lang en gelukkig.
Dat kan ik dan weer wel.

Mijn hoofd is een hutje


Mijn hoofd is een hutje
mutje vol woorden
die het krap bergt,

al gooi ik
alle luiken wijd
open, de deur
van het slot,

liever kruipen ze weg
als bange wezels
in letters van inkt
dan te vervliegen
in klinkklare woorden
van vlees en bloed.

Mijn Koninkrijk

 

Mijn koninkrijk ligt achter mijn huis.
Een tuin vol onderdanen houd ik erop na.
Ze vliegen, kruipen en glibberen erop los.
Ze weten niet dat ik hun koning ben.
Maar al zouden ze het wel weten
Het zou hen toch onverschillig laten.
Ik zaai en maai en schep en hark.
Strooi brood hier en daar.
’s Morgens en ’s avonds fluiten sommigen
een deuntje. Niet uit dankbaarheid.
-Waarom zouden ze? -
Maar omdat het in hun aard ligt.
Toch voel ik me de koning.
Te rijk om te malen over
de onwetendheid van mijn volk. 
-Waarom zou ik?-
Mijn koninkrijk is gekomen
En het ligt achter mijn huis.

Morgen ga ik vliegen

De veren die hij al weken heeft verzameld
op schoolplein, strand, straat en stoep
roepen plots een oerdroom in hem tot leven;
te mogen vliegen als een vogel.
Hij stopt veren in de band van zijn broek
in de zakken van zijn blouse
tussen de haren op zijn kruin.
Twee van de grootste houdt hij apart
pakt er in iedere hand één
zwaait met zijn vleugelarmen
neemt een reuzen aanloop
van de kamer naar de lager gelegen keuken                    
springt van het trapje de afgrond in
stort als Icarus ter aarde
“Mislukt.”

Het is meer mededeling.
dan teleurstelling.
Hij raapt veren bij elkaar
neemt een hap lucht
opnieuw een aanloop
blaast zijn droom
onvermoeibaar
nieuw leven in
“Nog een keer.”
totdat hij moe gefladderd
neerstrijkt op de bank. 
“Morgen lukt het.”
“Morgen ga ik echt vliegen.”
“Echt, echt.”

Hier vind je de wat oudere nieuwsberichten!

Als je iets specifieks zoekt, kun je de berichten hieronder filteren op titel...

Sinterklaas verruilt witte schimmel voor rode Ferrari

Een week eerder dan gepland verscheen Sinterklaas op zaterdag 8 november in Utrecht bij het Geldmuseum om het boek 'Verboden voor Sinterklaas' van de Utrechtse schrijfster Margriet Hogeweg in ontvangst te nemen. Om geen tijd te verliezen verruilde Sinterklaas tijdelijk zijn oude vertrouwde witte schimmel Americo voor de paardenkrachten van een knalrode Ferrari om naar Utrecht af te reizen. De supersnelle sportwagen werd door de Sint liefkozend Ferrarico genoemd. Onder grote belangstelling bekeek Sinterklaas in het Geldmusem het eerste exemplaar van het boek 'Verboden voor Sinterklaas'. De inhoud van het boek bleek voor de Sint overigens geen verrassing te zijn. Hij was er volgens zijn zeggen al eerder van op de hoogte gebracht door de BIVD (de Bischoppelijke Inlichtingen en Veiligheidsdienst). Alleen de illustraties van tekenaar Kees de Boer waren voor hem nog een aangename verrassing. "Heel fraai," was zijn reactie. "Dat heeft die jongeman heel goed gedaan."

'Verboden voor Sinterklaas' gaat over Fier, een jongen die bij toeval ontdekt dat Sinterklaas niet bestaat. Niet alleen is hij teleurgesteld en verdrietig als het hele sinterklaasverhaal niet meer dan een mooi verhaal lijkt te zijn - hij voelt zich daarnaast ook nog eens behoorlijk voor de gek gehouden. Daarom besluit hij zijn ouders een loer te draaien. Maar bovenal zijn opa, die zich al jaren achter de lange witte baard van Sinterklaas verstopt. Fier vraagt een heel ongebruikelijk cadeau aan de Sint en maakt het hem daarmee knap lastig. Bovenaan zijn verlanglijstje schrijft hij: een varkentje. Hoewel er in het boek behoorlijk aan de bisschoppelijke stoelpoten van de Sint wordt gezaagd, maakte hij zich hier totaal geen zorgen om. "Ik ben, ik was en ik zal zijn," was zijn droge commentaar op een vraag hierover van Monique Postma, redacteur van Lemniscaat, de uitgeverij die het boek op de markt brengt. "Bovendien zit ik hier in levende lijve, zoals u ziet. Hoeveel bewijs van mijn bestaan hebt u nog meer nodig?" Wat hem een luid applaus uit de zaal opleverde. Overigens bleek Sinterklaas desgevraagd er absoluut geen bezwaar tegen te hebben als kinderen het boek 'Verboden voor Sinterklaas' lezen. "Integendeel. Ook al staan er een aantal pertinente onwaarheden over mijn persoon in, toch vind ik het een zeer vermakelijk boek, dat het lezen meer dan waard is."

Het boek 'Verboden voor Sinterklaas' van Margriet Hogeweg is sinds zaterdag 8 november 2008 in de boekhandel verkrijgbaar. (Lemniscaat, ISBN 978 90 477 0108 8, 189 blz., Eur. 13,95)

sinterklaas-1sinterklaas-2sinterklaas-3sinterklaas-4